Doe geen dingen in je hoofd

We hadden gisteren een muis in huis. Kort geleden ook al, die had ik gevangen. En twee jaar geleden ook al. Ik weet hoe die muizen binnenkomen: onder de garagedeur door en dan onder de tussendeur naar de hal en zo verder… Aan de garagedeur kan ik niet zoveel doen, maar die tussendeur is wel muisproof te maken. Ik had het alleen nog niet gedaan, en wist ook niet precies hoe het aan te pakken. Op allerlei momenten heb ik m’n gedachten laten gaan over dit probleem en de ideale oplossing, zonder iets te doen.

Iedere keer als er een muis was, nam ik me voor er snel werk van te maken. Maar ja, druk met andere dingen, en dan was ‘ie weer weg en verdween daarmee de directe noodzaak. En bij de volgende muis baalde ik weer dat het nog niet was gedaan. En dan zat ik weer te piekeren over de schade en troep die de muis zou veroorzaken en hoe ik die deur toch eens muisproof zou maken.

Vandaag heb ik de klus opgepakt en het is bijna klaar. Pas al doende kwam ik tot een goede oplossing. Het brengt me bij een les die ik – met wisselend succes, zoals uit dit verhaal wel blijkt – probeer te hanteren:

Doe geen dingen in je hoofd.

Een zin uit ‘Spijt heb je morgen maar’ van Bløf. In de originele context komt het dichterbij m’n bericht van gisteren: Vaak ben je te bang. Maar ik haal de zin even uit z’n verband, en dan werkt het voor mij twee kanten op:

  1. Als je iets in je hoofd hebt, doe het dan ook. Liefst zo snel mogelijk, nu het actueel is.
  2. Als je er niet direct tijd voor hebt, pieker er dan niet langer over. Plan de actie in en vergeet het totdat je eraan begint, want al doende kom je er vaak makkelijker uit dan al denkend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *