Scharzwald Radweg: een fietsvakantie-5daagse

Foto’s: Dagmar van der Wal

Het is donderdag 30 augustus, 4 uur ’s nachts, en we staan op het punt om met de auto naar Duitsland te rijden. Om tijd te winnen hebben Nico en ik bij Dagmar geslapen. Alles is al ingepakt, alleen de fietsen moeten nog op de dakdrager worden gezet. Ik ben geen ochtendmens, heb tijd nodig om wakker te worden. Tijd en koffie. Terwijl ik het zwarte vocht langzaam opslurp, denk ik: is het leuk om na een halve werkweek en een veel te korte nacht aan een fietsvakantie-5daagse in het Zwarte Woud te beginnen, om daarna direct wéér aan het werk te moeten? De tijd zal het leren…

We zijn met z’n drieën, maar onze vriendengroep bestaat eigenlijk uit vier jongens. We zagen elkaar nog op verjaardagen, en als dan de gespreksstof rond gezin en werk zo’n beetje op was, kwamen ze weer ter sprake: onze belevenissen op fietsvakantie. Rome om te beginnen, daarna Santiago de Compostella en later volgden Engeland, Noorwegen, Zweden, Hongarije en nog wat hier en daar… in verschillende samenstellingen. We zijn 35 jaar oud en teerden op een gezamenlijk verleden.

Intermezzo: België (2016)

Op een gegeven moment dacht ik: waarom zou het hierbij blijven? Waarom zouden we geen nieuwe verhalen maken? Ik opperde in 2016 een lang weekend te gaan fietsen. Tent mee, gasbrander mee, gewoon alles wat op onze zolders ligt erbij pakken en fietsen als vanouds. Jan was er niet zo aan toe en Nico kwam gelijk met een stuk of vier bezwaren op de proppen. Maar Dagmar was gelijk enthousiast. En omdat er getuigen bij waren, moest toen de daad bij het woord worden gevoegd. We moeten gedacht hebben: wat klinkt best goed en past toch bij onze huidige conditie… een fietsvakantie-4daagse in België! Dat land kennen we natuurlijk van… de Ardennen! Intussen weten we dat er (in Vlaanderen) ook veel vlakke fietspaden langs kaarsrechte kanalen liggen. Het werd een paradijselijke ervaring.

Scharzwald Radweg

Twee jaar later vond ik het tijd voor een herhaling met wat meer niveau. Fietsen door het Zwarte Woud, dat leek me wel wat. Speciaal voor de gelegenheid schafte ik bij Rob’s Bikecenter in Maasland een nieuwe vakantiefiets aan. Het werd een Santos Travel Lite met Rohloff-naaf en riemaandrijving. Avontuur verplicht! Jan had goede redenen om niet mee te kunnen. Nico had z’n bezwaren weer paraat, met name de verhouding inpakmoeite versus fietsplezier (??!) zat hem dwars. Maar op Dagmar kon ik rekenen. Een artikel in Oppad over de Schwarzwald Radweg diende als opwarmer. De tocht is zo’n 375 kilometer lang en doorkruist het Zwarte Woud van boven naar onder (of andersom). De zwaarte wordt aangeduid met 4 op een schaal van 1 – 5, omdat de wegen behoorlijk op en neer gaan en veelal onverhard zijn. Al met al dachten wij dit in vier of vijf dagen te kunnen fietsen.

De route is weliswaar bebord, maar we hebben het zekere voor het onzekere genomen en het GPX-bestand onder het Oppad-artikel op onze telefoons gezet via Bike GPX (iPhone / Android). Het is even wennen: de app navigeert niet, maar geeft alleen een rode lijn weer op een kaart. Zolang je de rode lijn volgt, gaat het goed. Voor een goed omgevingsbewustzijn en de langere termijnplanning, heeft Dagmar de ADFC-Radtourenkarten 20 en 24 mee.

Dag 1: Karlsruhe – Erbersbronn

Nu is het zover, en het was al opgevallen: Nico is toch mee. We rijden naar Karlsruhe, waar de route begint. Daar aangekomen doen we eerst boodschappen, en terwijl het ruige gebergte buiten op ons wacht besluit Nico lunch te bestellen bij een fantasieloze broodjesbalie in een Macro-achtige supermarkt. Dagmar heeft op internet een geschikte parkeerplaats gevonden, die we na wat zoeken en diverse opmerkingen in de trant van “hé, je kunt ‘m ook gewoon hier parkeren” vinden. Het bord bij de betreffende parkeerplaats, waaruit blijkt dat er maximaal 24 uur geparkeerd mag worden, leidt tot grote hilariteit. De auto wordt dan maar onder een willekeurig viaduct gezet. We tuigen onze fietsen op en vragen een voorbijganger ons op de foto te zetten. “Een foto van jullie onder een viaduct?”, vraagt deze zich hardop af. We meten onze plannen en prestaties altijd graag uit, maar ons verhaal moet kennelijk nog groeien. Schouderophalend krijgen we de camera terug.

Om 12.15 uur stappen we op de fiets. Eerst dwars door Karlsruhe, op zoek naar het begin van de route. We fietsen door een dierentuin en na wat slingeren pikken we de GPS-route op. Dagmar navigeert – volgens mij voor het eerst – en het gaat hem prima af. Nog voordat we Karlsruhe uit zijn, dienen de eerste steile klimmetjes zich aan. We proberen elkaar te peilen: gaat het lekker? valt het niet tegen? De stemming is een goede graadmeter: er gaan grappen over en weer, en zolang gaat het goed.

We stijgen fors tot 800 meter, dalen fors en moeten daarna wéér omhoog. Gelukkig hebben we geen idee van het hoogteprofiel, dus nemen we het zoals het komt. De route loopt inderdaad via bandensporen met gravel en de asfaltwegen die we tegenkomen, dienen veelal als oversteek naar de volgende bosweg. Na 95 kilometer komen we om zeven uur ’s avonds aan bij de camping in Erbersbronn die we op het oog hadden. Tentjes opzetten, douchen, koken en eten. Het koelt snel af, maar we kunnen in een soort kantine zitten. We sluiten af met door Nico meegebrachte whiskey. Hij had z’n prioriteiten op orde bij het afwegen van de kilo’s. Overigens heeft hij zich niets aangetrokken van de paklijst, maar blijkt volledig zelfvoorzienend te zijn. Ik had m’n pannen, afwasspullen en gereedschap thuis kunnen laten. Nico heeft het allemaal bij zich, en beter.

Dag 2: kletsnat naar Wolfach

De volgende ochtend begint met veel klimmen. Het is steil, schiet niet op en we stoppen te vaak. Wel komen we langs een schitterend uitzichtpunt, vanaf waar we de Rijn en daarachter Frankrijk zien liggen.

Dan begint het te miezeren. Tussen de middag willen we ergens eten kopen. Het enige dorp dat we tegenkomen heeft alleen een tankstation, maar dat blijkt tegelijk dienst te doen als lokale uitgaansgelegenheid. Terwijl we ons tegoed doen aan een warme maaltijd gaat buiten de miezer over in regen. We fietsen verder door uitgestrekte heuvels en bossen. Urenlang komen we geen mens tegen. Het blijkt nodig Nico’s ketting in te korten, omdat die niet goed van het tandwiel afloopt. Even later krijgt hij een lekke band. Die moet natuurlijk in de stromende regen worden geplakt, want waarom zou je er een nieuwe band aan verspillen. Pas als blijkt dat de plakker echt niet houdt, wordt de band vervangen. Intussen zijn er een paar voertuigen langsgereden. Dat wil zeggen: kennelijk verplaatst de inheemse bevolking zich hier in monstertrucks op tractorwielen met een doorsnee van twee meter. Die zullen minder snel lek rijden, denken wij.

We raken doorweekt, zetten de afdaling in en worden koud. De ‘regenjas’ die ik uit de schuur heb geplukt, blijkt meer een poreus windjack te zijn en gezien de laag water waarin ik m’n telefoon terugvind, is m’n stuurtas ook niet waterdicht. De enige handdoek die ik bij me heb, hing achterop te drogen maar zal z’n functie voorlopig niet naar behoren kunnen vervullen. Hoe worden we snel weer warm en drogen we onze spullen? Drie zielen, één gedachten: we gaan geen kilometers omrijden voor een camping, maar pakken een hotel in Wolfach. Dagafstand: 92 kilometer. We durven ons amper bij de receptie te vertonen en zijn bang dat er een moddertoeslag wordt gerekend. In de kamer werken we hard om onszelf en onze spullen schoon en droog te krijgen. De föhn maakt overuren. Daarna zitten we bij een pizzeria en voelen we ons de koning te rijk. Met wie kun je zo’n dag meemaken, de sfeer goed houden en domweg gelukkig zijn? We kennen alleen ons drieën.

Dag 3: een goeie rit die eindigt aan de Titisee

Na gisteren is dit een dag die lekker loopt. We beginnen bij de fietsenmaker omdat Dagmar en Nico hun remmen er gisteren in die vieze nattigheid volledig doorheen hebben gejaagd. De remmen van m’n Santos zitten er gek genoeg nog dik aan. Vandaag is het droog en we beginnen vlak. Onvermijdelijk volgt het moment dat we de heuvels weer worden ingestuurd. De route is schitterend.

We fietsen wéér ruim 90 kilometer, maken 2527 klimmeters – een record tot nu toe – en eindigen op een terrascamping langs de Titisee. Als we net aan het koken zijn geslagen, komt iemand een complete pastamaaltijd brengen, die ‘over’ is. De man is hier samen met z’n partner, en het is ons een raadsel hoe je van een maaltijd voor twee personen een hele pan kunt overhouden. We slaan het uiteraard niet af, en eten gewoon twee flinke maaltijden achter elkaar. “Wir sind auch Radfahrer!” laat hij enthousiast weten. Nou ja, vandaag was niet zo’n goede dag om te fietsen, vond hij. En gisteren ook niet. De fietsen staan goed vast achterop de camper. Maar normáálgesproken zitten ze hele dagen op de fiets. We houden ons commentaar voor ons en bedanken hem enthousiast. Nico neemt steeds vaker de leiding. “Oké jongens, opruimen en douchen!”, zegt hij als we klaar zijn met eten. Prompt gaan we aan de slag. Als ik wat zoekend met ons beetje afval rondloop, komt een andere man uit z’n camper. De afvalplaats is wat ver lopen, zal hij het soms voor ons in z’n vuilniszak doen? We voelen ons op waarde geschat. Natuurlijk zijn we uitgeput na zo’n dag fietsen in de bergen, en mag er een beetje voor ons gezorgd worden. 🙂

Dag 4: nóg meer klimmen, naar Kandern

De dag begint met miezer en mist. Daarvoor kom je ook naar het Zwarte Woud natuurlijk. Gelukkig zit er licht op onze fietsen.

En weer klimmen we veel. Een nieuw record blijkt achteraf: 3046 hoogtemeters. Steeds vaker blijkt dat we ieder onze eigen stijl van klimmen hebben. Nico valt iedere helling aan alsof hij heel even op kracht naar boven moet en zich dan alweer naar beneden kan laten glijden. Aangezien de meeste hellingen vele kilometers lang zijn, volgt er na enkele meters wat geschakel waarop hij een tempo kiest dat langer vol te houden is. Ik klim gelijkmatig en volg Nico op een paar meter. Dagmar klimt wat langzamer. Om de paar kilometer wachten we op hem. Gelukkig komt hij er steeds met een glimlach aan. Het gaat goed, alleen wat minder snel. Is hij dan soms een goede daler, vraag je je af. Nee, voor het dalen geldt eigenlijk hetzelfde. Hij oppert een paar keer dat we maar verder voor hem uit moeten gaan en op afgesproken punten wachten. Maar op dit ruige en verlaten terrein is dat geen optie, áls we het al zouden willen. Alleen fietsen zou heel wat vlotter gaan, bedenk ik me. Alleen had ik dan geen navigatie (m’n telefoon is verzopen) geen foto’s (eigenlijk doe ik niks behalve fietsen) én geen goed gezelschap.

’s Middags blijkt dat er één manier is om Dagmar sneller de heuvel op te krijgen: wielrenners in zicht! Ineens ligt hij meters voor. Waar hij ineens de kracht vandaan haalt is een compleet raadsel. “Kom, we halen ze in!” Wielrenners inhalen met een zwaar bepakte toerfiets is altijd een dingetje. Voor ons, maar niet minder voor de wielrenners. Eenmaal naast hen, geven we ze een bemoedigend knikje en laten hen soepel draaiend achter ons. Het is dan te hopen dat er snel een afslag volgt, zodat we kunnen bijkomen zonder op onze beurt ingehaald te worden. Ook dit keer halen we ze in. Dagmar eerst, Nico en ik volgen op afstand.

De ruim 90 kilometer op een dag blijkt een goede traditie. Aan het einde komen we op een campingveldje terecht waar later ook twee motorrijders aankomen. Ze hebben allebei hun eigen tentje, staan tijdenlang te bellen (met het thuisfront?) en wisselen eigenlijk geen woord met elkaar. Nee, dan wij! ’s Avonds eten we in een authentiek Duits restaurant. Aan een tafeltje verderop drinken twee stokoude mannetjes gebroederlijk een biertje. Wij nemen er ook eentje, op onze vriendschap en op Jan – die er volgende keer gewoon bij moet zijn.

Dag 5 – de laatste loodjes naar Basel

Dat klimmen blijft toch een dingetje. Vandaag hebben we nog maar 300 hoogtemeters te gaan, alleen iedere keer dat we denken ze achter de rug te hebben, volgt er wéér een pittige klim. Maar dan glijden we langzaam de bergen uit en komen in Lörrach langs een kanaal terecht. De GPS-route eindigt – toevallig – bij een onooglijk zaakje: Memo’s Bistro – Pizza, Dönner, Kebab. De eigenaar wil onze fietsen voor zijn gevel vandaan hebben, maar na onze uitleg is hij zo vriendelijk een foto van ons te maken. Onze tocht naar Rome eindigde bij de St. Pietersbasiliek. Deze foto kan ernaast. Het zit erop!

Hoewel, we moeten nog even verder naar het station Basel Bad. Als we een stukje over een voetpad fietsen omdat de weg is afgesloten, begint een echtpaar tegelijk maar dwars door elkaar heen een tirade af te steken dat je daar niet mag fietsen. Ze hebben gelijk, maar de timing is verkeerd. We voelen ons onoverwinnelijk en wuiven het commentaar vriendelijk af, wat tot nóg meer gevloek leidt. Mochten ze dit ooit lezen: het spijt ons toch.

Op advies van de Treinreiswinkel kopen we 3x een Baden-Württemberg-Ticket plus Fahrradtageskarte. Pas in de trein blijkt dat de fiets op dit traject gratis mee mag. Wel doet de conducteur een poging zijn ruimtelijk inzicht aan ons over te dragen, door uitgebreid te bepleiten dat de fietsen efficiënter geparkeerd kunnen worden als wij onze bepakking eraf halen. Zo leer je nog eens wat voor een volgende keer. Vanaf Karlsruhe verloopt de autorit soepel. Om 20.15 uur zijn we allemaal thuis. Morgen weer aan het werk. Toch een wereld van verschil.

Aan m’n Santos heb ik deze vijf ruige dagen nog geen boutje hoeven aandraaien. Die lijkt alleen maar om meer te vragen. En dat gaat er zeker van komen!

Comments

  1. Man wat een prachtig verhaal… en foto’s!

  2. Avatar for Aartjan Collée Fineke en Louis van Helden : 27 oktober 2018 at 11:45 am

    Heerlijk om via dit verhaal jullie tocht mee te maken. Regen, wind, hoogten en dieptes verbinden jullie als zonnestralen. Jullie humor tijdens de reis is ons door dit lekkerlezend verhaal zeker niet ontgaan. Vrienden voor het leven waar wij als ouders trots op zijn. We wachten nu al op de verhalen van jullie volgende reis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *