Stoner en Don Quichot

Tijdens m’n vakantie in Zwitserland lees ik Stoner. Hieronder een citaat dat herkenning bij me oproept; ik zal ook uitleggen waarom. Maar eerst even de context.

Als boerenzoon gaat Stoner naar de landbouwhogeschool aan de universiteit van Columbia. Daar wordt hij gegrepen door de Engelse letterkunde en verandert van studierichting. Na zijn afstuderen wordt hij docent bij de vakgroep letterkunde aan dezelfde universiteit. Hij raakt vervreemd van zijn oude leven en de muur die ontstaat tussen hem en zijn ouders is voelbaar.

Binnen de vakgroep wordt Stoner onderdeel van een vriendengroepje. Op een gegeven moment analyseert één van hen de andere twee en daarna zichzelf, vanuit de (ironisch-serieuze) gedachte dat de universiteit vooral is opgezet als rusthuis voor de geestelijk zwakken, zodat zij geen schade aanrichten in de buitenwereld:

Nog steeds glimlachend en ironisch boosaardig, richtte hij zich tot Stoner: ‘Jij ontsnapt evenmin, mijn vriend. Echt niet. Wie ben je? Een eenvoudige boerenzoon, zoals je zelf beweert? O, nee. Ook jij behoort tot de geestelijk zwakken – je bent de dromer, de dwaas in de nog dwazere wereld, onze eigen Don Quichot uit het Midwesten zonder zijn Sancho, dartelend onder de blauwe hemel. Je bent vrij slim, slimmer in elk geval dan onze vriend hier. Maar je hebt het gebrek, de oude geestelijke zwakte. Je denk dat er íéts is, iets om te ontdekken. Nou, in de buitenwereld zou je daar snel genoeg achter komen. Ook jij bent in de wieg gelegd om te mislukken. Al had je de buitenwereld niet bestreden. Je zou je erdoor laten opvreten en uitspugen, en liggend op de grond zou je je afvragen wat eraan mankeerde. Omdat je altijd zou verwachten dat de wereld iets zou zijn wat hij niet is, iets wat hij niet wenste te zijn. De snuitkever in het katoen, de worm in de bonenstaak, de boorkever in de maïs. Je kon ze niet aanvaarden, en je kon ze niet bestrijden. Omdat je te zwak bent, en omdat je te sterk bent. En in de buitenwereld is geen plaats voor je.’

Masters tegen Stoner in: Stoner, John Williams

Eén van de redenen dat ik me tijdelijk uit het werkzame leven heb teruggetrokken, is dat ik me op mijn eigen idealen wilde richten. Na twee maanden groeit het besef dat ik me hiermee deels aan de buitenwereld onttrek en me wat vervreemd. Dat het gevaar is dat ik een donquichot word, die strijdt voor zijn idealen maar de verbinding met de werkelijkheid heeft verloren en dus onmogelijk effectief kan zijn. Ik vraag me soms af hoe een toekomstig werkgever naar m’n blogs zou kijken. Wordt er in de meeste functies niet veel meer pragmatisme verwacht? Past mijn ietwat dromerige stijl wel bij het werkzame leven? Ben ik te zwak, ben ik te sterk? Is er in de buitenwereld nog plaats voor mij?

Maar ik besef ook dat dit najagen van idealen het leven juist de moeite waard maakt. En dat er daarnaast Sancho’s (pragmatici) nodig zijn. En dat humor en relativering ons kan redden.

Benieuwd hoe het afloopt met Stoner. Ik zal eerlijk zijn: dit belooft weinig goeds.

|


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *