De Ardennes Arbalète

Een les van de vorige fietsvakantie was: minder gewicht en een fiets die beter is toegerust voor onverharde wegen. Sinds Nico een mountainbike heeft en dagelijks www.bikepacking.com afstruint, fietsen we namelijk offroad. Dus dit jaar heb ik m’n Santos toerfiets uitgerust met mtb-banden, de spatborden weggelaten en een kleiner kettingblad laten monteren. Verder zijn m’n slaapzak en matje lichter (een aanschaf vanwege de Race around The Netherlands, die ik uiteindelijk niet reed) en laat ik een dik vouwslot thuis.

Dag 1 – Vanaf hier kan het alleen maar bergafwaarts gaan

Op dag 1 vertrekken we om 7.00 uur bij Nico, volgens planning. Om 9.30 uur arriveren we op P+R d’Angleur, ten zuiden van Luik, volgens planning. Eenmaal omgekleed stappen we om 10.23 uur op de fiets voor een vierdaagse fietstocht in de Ardennen: The Ardennes Arbalète. Intussen zijn de eerste tegenvallers gepasseerd. We lopen 23 minuten achter op planning, ik had er niet aan gedacht de kaart van België te downloaden op m’n Wahoo en m’n brood blijkt nog thuis in de koelkast te liggen.

Hoe dan ook, nadat we een drukke autorotonde zonder ruimte voor fietsers hebben overgestoken zijn we op de route, die al snel via een flinke klim het dorp uit loopt. Na de schrik van de eerste klim, komen we uit op een oude trambaan die inmiddels is geasfalteerd maar nog steeds zonder noemenswaardige hellingen door het landschap manoeuvreert. Er zijn verdedigingswerken te zien en enige kennis van de oorlogshistorie had onze tocht kunnen verrijken. Maar wie had vermoedt dat we op de eerste dag zoveel asfalt onder onze wielen zouden krijgen en dus oog konden hebben voor de omgeving?

Het wordt regenachtig en er volgt een rotsige afdaling. We moeten door hekjes die te smal zijn voor onze bepakte fietsen, die we dan onder prikkeldraad door schuiven en dan weer over het prikkeldraad heen moeten tillen. Nico tilt natuurlijk, ik pak ze aan de andere kant over. Het avontuur is begonnen.

We fietsen over de Hoge vennen, een soort Hoge Veluwe maar dan Vlaams. Vreemd genoeg blijken we even later op het hoogste punt van België te zijn beland. Hebben we dat ook weer gehad, vanaf hier kan het alleen maar bergafwaarts gaan. Na verloop van tijd wordt het terrein ruwer en we kringelen langs een beek, dan weer links, dan weer rechts ervan. De bruggetjes beschouwen we als voor wandelaars; wij hobbelen over de beekbedding om de oversteek te maken, het water met onze brede banden opzij duwend. Hier geniet Nico van z’n mountainbike en ik van de nieuwe configuratie van m’n Santos. Wij zijn bikepackers en kunnen overal fietsen waar we willen.

Na bijna 90 kilometer – het daggemiddelde dat we moeten aanhouden – en 1172 hoogtemeters komen we aan in Malmedy op camping Du Moulin, die wordt gerund door een Nederlander uit Naarden. Er is bier en we krijgen stoelen aangeboden van de overbuurman, die onze primitieve bivak meewarig heeft zitten opnemen vanaf z’n luxe seizoensplek.

Dag 2 – Met m’n ribben op de slagboom

Met een bijna perfecte eerste dag achter de rug stappen we de volgende ochtend vol goede moed op. In Malmedy doen we direct boodschappen bij een soort groothandel waarbinnen ik enkele kilometers afleg om alles te vinden. Terug in het zadel komen we drie Nederlandse jongens tegen die dezelfde route fietsen als wij. Althans, ze zijn van plan hier en daar te smokkelen omdat ze niet meer dan 75 kilometer per dag denken te fietsen.

Als we in een treintje langs een slagboom sturen door links de berm omhoog en direct weer omlaag te nemen, heb ik – reconstruerend – te weinig vaart of souplesse, moet ik te snel weer naar beneden sturen om niet om te vallen, en kom ik als gevolg van een te krappe bocht met m’n ribben op de slagboom terecht. De schade lijkt mee te vallen, maar in de loop van de dag krijg ik toch steeds meer pijn.

Na mijn val volgen prompt een paar steile klimmetjes over grove keien, waar ik een paar keer moet afstappen omdat ik eerder tegen de keien aan bonk dan overheen rol. In m’n hoofd graaft zich het idee dat m’n fiets toch te zwaar en log is voor deze route. In theorie klopt het: hij weegt 18 kilo en de geometrie is gericht op stijfheid. Nu moet ik ook toegeven dat mijn conditie na een half jaar thuiswerken niet helemaal op peil is. Ik mis de dagelijkse 22 kilometer woon-werkverkeer en het vele stilzitten achter een scherm heeft me ook geen goed gedaan. Dus misschien is het een combinatie van fiets én conditie. In ieder geval fietst Nico een stuk makkelijker. Hij moet ook soms afstappen, maar komt frisser boven dan ik.

Overstappen op een tientallen meters lager liggende weg

We fietsen door Houffalize, waar de bierfabriek van La Chouffe staat. Voor ons geen bier, maar 2×2 liter water en Snickers om vocht en energie aan te vullen. Niet lang daarna volgt een curieus onderdeel van de route. We fietsen op een pad langs het spoor. Voordat dit pad overgaat in een steeds smaller wordende berm, moeten we overstappen op een tientallen meters lager liggende weg. Het commentaar op de route sprak al over een slecht vindbaar pad, dat lopend door de bosjes moet worden afgelegd.

We rijden er inderdaad eerst voorbij. Als we de plek waar de route afslaat nader inspecteren, blijkt er inderdaad een ‘pad’ van platgetreden struiken te lopen, steil naar beneden. Met de ene hand houden we ons vast aan de begroeiing naast het pad, met de andere knijpen we de achterremmen helemaal in. En zo slippen en glijden we langzaam naar beneden. De laatste anderhalve meter is helemaal loodrecht, want een stenen muurtje. Ik spring eraf en Nico reikt de fietsen aan.

Toevallige bezichtiging van een beverburcht

We staan nog enigszins beduusd bij te komen, als er een vrouw vanaf een erf komt aanlopen. Ze is afgekomen op het geluid van geslip, gerommel en gescheld. Of we soms de beverburcht komen bekijken die rond haar huis is aangelegd. We lopen mee. De helft van haar grond komt met grote regelmaat onder water te staan doordat bevers het riviertje langs haar huis omleggen door te doen wat bevers doen: dammen bouwen. Aan de ene kant is de puinhoop van afgeknaagde bomen, modder en water indrukwekkend om te zien, aan de andere kant is het huis nauwelijks veilig voor al dat water en lijkt een oplossing niet in zicht. Af en toe zijn er hulptroepen om de dammen om te leggen zodat het water wegstroomt, maar ook de bevers gaan door met de natuur naar hun hand te zetten.

We fietsen verder en besluiten de camping die we na 75 kilometer tegenkomen te passeren. Niet handig om nu al een achterstand op te lopen die we later moeten inhalen. Daarbij komt dat Nico op dag vier vóór het avondeten thuis wil zijn om weer zo snel mogelijk onderdeel van het gezinsleven uit te maken. De onderhandelingen om vier dagen van huis te mogen, hebben tot verrassende clausules geleid.

Als ons water op is, vullen we het aan door zonder gêne bij een willekeurig huis aan te kloppen. Goed eten en drinken staat nu eenmaal bovenaan ons prioriteitenlijstje. Er volgen wat heuvels die doen denken aan Sauerland (vorig jaar) en we komen na ruim 100 kilometer en 1570 hoogtemeters aan in La Roche-en-Ardenne. Een uiterst toeristische plaats die sterk contrasteert met onze afpeigeringen in de ruige natuur zonet. We wilden eigenlijk wildkamperen, maar de verleiding van deze weelderige plek is te groot en de vermoeidheid heeft toegeslagen. Een douche lonkt, en misschien hoeven we niet eens meer zelf te koken. Er zijn diverse mega-campings. De eerste blijkt vol vanwege het schitterende weekend en de drang van velen om toch dichtbij huis erop uit te trekken. Gelukkig heeft de tweede camping nog plek.

Dag 3 – Van een beloning na het klimwerk is geen sprake

Op dag 3 beginnen we vroeg en zitten we bijna onafgebroken op de fiets. We fietsen door een wei met stieren, over een smal metalen loopbruggetje, en afwisselend door grasland en stukken bos.

In Saint-Hubert doen we boodschappen en lunchen we. We hebben Nico’s achterband regelmatig moeten bijpompen, dus die plakken we gelijk maar. Geen overbodige luxe, want onze banden krijgen in de middag weer heel wat te verstouwen. Omhoog is ploeteren, soms keien ontwijkend, soms er overheen duwend omdat het niet anders gaat of de energie om goed te sturen ontbreekt. Omlaag is stuiteren; van een beloning na het klimwerk is geen sprake. We verheugen ons nog even op een stuk dalen richting de camping in Érezée-Amonines, maar al snel blijkt die daling vooral een globaal beeld te zijn, dat onherkenbaar verloren gaat in het op- en neer deinende landschap. Dan zijn we er eindelijk, is er een douche, hebben we eten en blijkt er zelfs nog tijd voor een biertje op het terras.

Achteraf blijkt dat we vandaag hemelsbreed 17 kilometer hebben gefietst in 11 uur. Op de teller: 105 kilometer. We rijden een rondje. De 2231 hoogtemeters kregen we er zomaar bij.

Dag 4 – Een doodlopende weg

De laatste dag alweer. Eentje om vroeg te beginnen: om kwart voor 8 zitten we op de fiets. We hebben nog wat klimmetjes te gaan, maar weten ook dat we in de loop van de dag de heuvels uitrijden, terug naar Luik. Het is een schitterende dag. Bij één van de laatste verkeersborden ‘doodlopende weg’ die we tegenkomen, realiseren we ons dat het passeren van deze borden symbool staat voor het bikepacken. We zijn talloze ‘doodlopende wegen’ in gereden, om erachter te komen dat er toch nog een pad volgde. Weliswaar niet begaanbaar voor auto’s of doorsnee fietsers. Maar als bikepacker kan je overal rijden; doodlopende wegen bestaan voor ons niet.

Zodra de route de Ourthe begint te volgen, trekt Nico de eindsprint aan. Onze doelen lijken even uit elkaar te liggen: ik wil een ontspannen einde van de laatste dag, maar Nico wil lekker tempo maken – en snel thuis zijn. Zoals altijd vinden we elkaar weer. Dat we na het negeren van een aantal borden tegen een betonnen muur aan rijden en alsnog kennismaken met een doodlopende weg die z’n naam eer aan doet, relativeert ook enorm. We constateren dat de blokkade geslaagd is (we kunnen er écht niet omheen, overheen, doorheen of onderdoor) en moeten kilometers terugfietsen voor een brug om aan de andere kant van de rivier terecht te komen en daar dezelfde afstand voor de derde keer af te leggen.

Dan beginnen we de weg te herkennen en al snel zijn we – na een korte dag van 77 kilometer en toch nog 1080 hoogtemeters – terug bij af. De troosteloze P+R d’Angleur is een goed gekozen einde. Hier wil je niet blijven, hier wil je vandaan. Naar huis.

Het was mooi maar het was zwaar. Weer trek ik een les: zolang ik geen mountainbike heb, rijd ik geen mtb-routes meer. En voor alle zekerheid zal ik ook aan m’n conditie werken. 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *