De North York Moors

De North York Moors

In 2021 hebben we onze jaarlijkse korte fietsvakantie gemist. Nee, geen corona maar veel origineler: ontstekingen en blaasjes door m’n hele mond, zodat ik nauwelijks kon eten vanwege de pijn. Een paar dagen van tevoren besloot ik dat het niet zou gaan. Een fietsvakantie draait namelijk om twee dingen: fietsen natuurlijk, en eten.

Dit jaar kwam er gelukkig niets tussen. We hadden al langer het idee om een keer naar Engeland te gaan als we genoeg tijd zouden hebben. Die benodigde tijd bleek met een nachtelijke boottocht Hoek van Holland – Hull best mee te vallen.

Naar de boot

We vertrokken donderdagavond op de fiets naar de terminal van P&O. Onderweg kwamen we twee verrassingen tegen. Eén: de Calandbrug was ‘gestremd’. Als iets het al weken niet meer doet en de benodigde onderdelen voor reparatie nog maanden op zich laten wachten, noemen wij dat domweg ‘kapot’, maar wij hebben dan ook geen opleiding communicatie genoten. Neemt niet weg dat we minstens een kwartier moesten omfietsen, waarmee alle speling uit onze planning verdween. Twee: een elektrische fiets met een gigantisch zonnepaneel erachter. De berijder bleek een Fransman die met deze zelf geknutselde stroomvoorziening al diverse landen had doorkruisd. Na een kort praatje lieten we hem achter om de boot te halen. Foto? Vergeten.

op De boot

Voor we de boot op konden was het nog even spannend. Kennelijk waren we bij het reserveren vergeten onze fietsen op te geven, maar dat bleek toch geen probleem. Sterker nog: per boeking kan je wel meerdere personen opgeven maar altijd slechts één fiets. Hoe dan!? De boottocht was geweldig. Al bij het inchecken raakten we aan de praat met Niek en ‘s avonds dronken we met z’n drieën een biertje op een voorspoedige reis. Slapen lukte boven verwachting, maar de wekker ging veel te vroeg. Ik keek op m’n telefoon: 6 uur. “Nico, is dat jouw wekker”, vroeg ik half slapend. “Nee”, reageerde hij. Die van mij was het ook niet. Even later klonk een stem die ons vriendelijk mededeelde dat het ontbijt klaarstond. De wekker en de stem kwamen uit de omroepinstallatie. Het bleek allemaal niet voor niets, want er stond een gigantisch ontbijtbuffet klaar en we waren best tevreden dat we daar eventjes de tijd voor hadden.

Look right

De boot arriveerde om 7 uur in Hull en een half uurtje later fietsten we samen met Niek de boot af richting de stad. Al bij het het eerste kruispunt werden we bijna uit onze fietsschoenen gereden door een vrachtwagen. We stonden op het punt de eerste helft van de weg over te steken naar een vluchtheuvel. Het was vrij druk, dus we hadden eerst goed naar links gekeken. Voor de overlevenden van deze vuurdoop was bij ieder volgend kruispunt met grote letters LOOK RIGHT op het fietspad geschilderd.

De trein

Al snel moest Niek een andere kant op. Wij arriveerden mooi op tijd op het station voor de Northern trein van 8.21 uur naar Scarborough, waar onze route zou beginnen. Even waren we bang dat een assertiever koppel onze fietsplekken in de trein voor onze neus zou wegkapen. Ik had namelijk gelezen dat er maar twee fietsen per trein werden toegestaan. En hoewel wij eerder waren, ging dit koppel direct aan de rand van het perron staan met hun voorwiel richting het spoor, klaar om de binnenrijdende trein te enteren. Maar de soep werd niet zo heet gegeten: er waren twee paar deuren met een fiets erop, en achter elk van die deuren pasten met gemak twee fietsen.

Om 9.41 uur kwamen we volgens dienstregeling aan in Scarborough. Vanaf daar volgden we de route die ik in Komoot had klaargezet om uit te komen op de North Yorkshire Moors Ramble die we komende dagen volgen.

Dag 1 – schapen, afstappen en watertekort op een snikhete dag

Komoot had ons idee van een fietsvakantie goed begrepen. De route leidde ons soepel het bebouwde deel van Scarborough uit en al snel diende de eerste heuvels zich aan. Even dacht ik bij conditieniveau per ongeluk ‘pro’ te hebben opgegeven toen we een beklimming voor onze kiezen kregen die eigenlijk niet te fietsen was. Het lukte me om al stampend boven te komen, terwijl Nico een klein stukje moest lopen. Komoot geeft hier een maximaal stijgingspercentage van 24% op en vindt het traject desalniettemin geschikt voor alle niveaus. Op een mountainbike dan, en niet op een bepakte tourfiets (ik) en gravelfiets (Nico).

Over die gravelfiets valt nog wat te vertellen. Iedere vakantie heeft Nico wel iets nieuws. Dit keer introduceerde hij een paar weken voor vertrek zijn nieuwe Santos Cross Lite met Lauf TR Boost verende voorvork. Hij wist nog niet zeker of dit z’n keus zou worden voor de fietsvakantie. Uiteindelijk werd het ‘m wel natuurlijk, en daarmee moest hij wennen aan een wat zwaardere fiets en minder klein verzet ten opzichte van de mountainbike van vorige jaren. Daarbij kwam nog dat het stuur behoorlijk zwabberde vanwege de bepakking. Dit bleek al de eerste meters op de fiets in Nederland. Voordat we probeerden het euvel te verhelpen door de bagage anders te verdelen, deden we verschillende pogingen om het verschijnsel op video vast te leggen, maar iedere keer als ik de camera startte was er niets aan de hand. Eindelijk was het bewijsmateriaal dan vastgelegd en veiliggesteld, maar iedere herverdeling van de bagage liep op niets uit.

De route die we volgden was prachtig. Komoot leidde ons zonder problemen naar de North Yorkshire Moors Ramble en we reden over afgelegen paden door het uitgestrekte natuurpark. Het landschap werd gras- en heideachtig. Zowat om de kilometer moesten we afstappen om een hek open te maken, er doorheen te fietsen en het weer achter ons dicht te laten vallen.

Waar dat goed voor was? Schapen! Het landschap wordt open gehouden door begrazing met schapen, die we deze dagen dan ook veelvuldig tegenkwamen, zowel naast als op de weg. Behalve de schapen kwamen we kilometers lang niemand tegen. Het onverharde pad ging over in een grasstrook met hier en daar bandensporen. Het terrein werd moerassiger en de bandensporen dieper. De fietsen hobbelden door plassen, stuiterden over graspollen en raakten bekneld in de diepe sporen. Er was geen fietsen meer aan en we moesten afstappen en onze weg zoeken door het wijdse landschap waar de lijn van onze GPS-route dwars doorheen stak.

Juist op het punt waar we twijfelden over de juiste richting, stond een man iets groots en kennelijk moeilijk handelbaars in een terreinwagen te sjorren. Het bleek een dood hert te zijn. De man wees hoe we moesten fietsen en zou ons later wel inhalen om vooruit te rijden richting de weg waarop we moesten uitkomen. We kwamen op iets hoger liggend terrein uit en hoewel van een pad nog steeds geen sprake was, konden we weer fietsend vooruitkomen.

Het was een snikhete dag en onze bidons waren zo goed als leeg. Terug op de weg kwamen we langs een huis waarvan alle ramen open stonden. Hier zouden we onze bidons wel gevuld kunnen krijgen. ‘Hallo’ roepend liepen we langs het huis en keken we naar binnen. Aan de achterkant troffen we de bewoonster, die ontzettend behulpzaam was. Het huis was een grote puinhoop, waarvoor ze zich herhaaldelijk verontschuldigde. Ze vertelde dat ze in vergelijkbare situaties als de onze had verkeerd “toen ze nog in betere conditie was”, dus ons met plezier hielp. Nadat ze onze bidons had gevuld, vroeg ze of we het toilet nog wilden gebruiken. Dat was niet nodig. Ik weet zeker dat we er hadden kunnen slapen als we het hadden gevraagd, maar we wilden nog wat kilometers maken en hadden al een camping op het oog bij Rosedale East Side.

Nog vóór vijf uur kwamen we bij de camping aan. Wat vroeg naar onze zin, maar een volgende camping zou pas tientallen kilometers verderop te vinden zijn, dus dit was onze enige optie. Bij de receptie kochten we ijsjes en bier. We waren zo slim geweest gelijk in Scarborough boodschappen voor het avondeten in te slaan, dus gingen we een rustige en simpele avond tegemoet. Tent opzetten, douchen, koken, eten, bier drinken en relaxen. Waar ik verantwoordelijk ben voor de route, heeft Nico de onbetwiste leiding over het eten en heb ik daarover precies niets te klagen. Het werd ook deze avond een heerlijk gerecht met zoete aardappel, courgette en zachte kaas. We besloten de route komende dagen wat minder nauwkeurig te volgen en waar mogelijk slecht begaanbare stukken te vermijden. We vonden een uur lopen op een dag niet zo fietsvakantie-isch en bovendien totaal niet opschieten. De teller was vandaag op 57 kilometer van Scarborough blijven steken. Toch hadden we een best voldaan gevoel: onze belevenissen waren er niet minder op geweest.

Dag 2 – rosedale mineral railway – Byland abbey – plough inn

Op de tweede dag stond de wekker om zes uur en zaten we om half acht op de fiets. Die anderhalf uur was nodig om rustig op te staan, koffie te zetten, te ontbijten en alles in te pakken. Omdat we in een dal hadden overnacht, begon de dag met een flinke klim – om op te warmen. Het was de moeite waard, want boven hadden we prachtig uitzicht over het dal, dat van noord naar zuid liep tussen twee heuvelpartijen in. En niet lang daarna belandden we in de gravelhemel: een fiets-/wandelpad over een oud spoortraject, op de kaart aangeduid als de Rosedale Mineral Railway, dat kilometers lang op gelijke hoogte langs de helling bleef lopen. Heerlijk! En dat door een prachtig uitgestrekt heuvellandschap, waarin we alleen groepjes wandelaars en maar enkele fietsers tegenkwamen. De spoorweg kwam uit op een voetpad dat eerst nog goed te fietsen was en aan de buitenkant van de heuvels liep, waardoor we rechts van ons uitkeken op de vlakte ten noorden van de North Yorkshire Moors. Vervolgens kregen we flinke uitstekende steenpartijen voor onze wielen, waarna we over grote afvoergoten en later trapsgewijs naar beneden stuiterden. Het laatste stuk moesten we (alweer) lopen.

We waren ten noordwesten van de heuvels aangekomen en daalden verder af richting het dorpje Swainby. Daar deden we inkopen in de dorpswinkel, waar we gelijk wat dronken met een goed stuk brownie en worteltaart erbij. We besloten van de route af te wijken om wat minder over wandelpaden en wat meer over gravel en asfalt te fietsen. De route zou met dit tempo toch te lang zijn, en we wilden over twee dagen de boot naar Nederland niet missen. Ik had een fietskaart mee waarop goed fietsbare routes staan ingetekend. Deze kwam nu mooi van pas.

We kwamen langs een vliegveldje waar net een paar zweefvliegtuigen waren gelanceerd. Een motorvliegtuigje dat daarbij van dienst was geweest, scheerde onderweg naar de landingsbaan gevaarlijk laag over de weg en precies boven onze hoofden. Een tegemoetkomende automobilist schrok zodanig dat de auto een flinke slinger over de weg maakte, en ook ik kon de neiging om te bukken niet onderdrukken. Het zal vast nog een meter of iets meer hebben gescheeld, maar in gedachten had het wiel van het landingsgestel al een deuk in m’n fietshelm geslagen.

Na dit gevaar zochten we de luwte weer op, fietsten over een gravelpad langs een stuwmeer en iets verder de heuvels in. We hoopten eens wat kilometers te maken vandaag en waren goed op weg. Ik had gedacht rond Coxwold ten zuidwesten van de heuvels te zullen overnachten, maar daar aangekomen zaten er nog wat uren in de dag. Dus fietsten we verder en werden even later verrast door Byland Abbey, een eeuwenoud klooster waarvan nog een imposante ruïne overeind staat.

Aan het eind van de dag belandden we in Wombleton, waar we de keuze uit verschillende campings hadden. We kozen voor de camping het dichtst bij het dorp, om ‘s avonds zonder veel moeite een pub te kunnen bezoeken. De camping was volledig ingericht op caravans, die dicht op elkaar in troosteloze vakken van kiezels stonden geparkeerd, de auto’s ernaast. Achterin was een grasveldje waar we met moeite een vlakke vierkante meter vonden voor onze tent. Na het eten fietsten we zonder bagage naar het dorp; telefoons, Wahoo, opladers en fietskaart mee om het plan voor de volgende dag uit te stippelen. We kwamen terecht in The Plough Inn, naar eigen zeggen een bekend 15e eeuws café. Veel bier konden ze aan ons niet kwijt, maar we maakten dankbaar gebruik van de stoelen, tafel en WiFi. Toen de halve liters op waren en na plannen voor de volgende dag te hebben gemaakt, fietsten we terug naar de camping, waar we in een heerlijk verwarmd toiletblok – dat dus ook – onze tanden konden poetsen voordat we onze tent en slaapzakken in kropen. Het laatste wat we deden voordat we in slaap vielen: onze belevenissen van de dag ophalen terwijl de audiorecorder van m’n telefoon onze memoires opnam. Dit om een jarenlange traditie in ere te houden, namelijk het schrijven van een verslag. Ik kan inmiddels zeggen dat de audiofragmenten goed van pas komen.

Dag 3 – een reddingsactie en hoe word ik een local legend

We stonden alweer vroeg op. De tent zetten we in de zon te drogen en zelf tilden we een bankje de zon in om daar te ontbijten. De tent waaide bijna weg, maar konden we dankzij een snelle gezamenlijke reactie redden. We hadden besloten op de fietskaart eerst route 5 te fietsen, over de toppen van de heuvels richting het noorden en vervolgens aan de andere kant van het dal weer terug naar het zuiden. In Helmsley kwamen we vlak voor onze afslag die de heuvels in zou leiden een tankstation tegen met een vrij groot assortiment levensmiddelen. We deden gelijk inkopen en vervolgden daarna de route. Na de 5 staken we door naar de 7. Die route was druk met autoverkeer en daarom kozen we ervoor een stukje in het linker dal af te dalen om wat rustiger te fietsen.

Bij een boerderij stapten we af om te lunchen. Aan de andere kant van de weg was een wei met schapen. Het viel Nico op dat er zo ontzettend geblaat werd. Het leek soms wel vraag en antwoord, maar het gesprek hield niet op. Met een gevulde maag ging hij polshoogte nemen. Eén schaap zat met z’n horens vast in het hek en werd door Nico bevrijd. Een ander jong schaap was het hek over geklommen en wilde terug de wei in. Na verschillende pogingen had Nico (de held!) het schaap in z’n armen om het via een openslaand hek terug de wei in te zetten. Het was nog de vraag of het schaap uit de linker of rechter wei afkomstig was, omdat hij of zij precies op de scheiding stond te blaten. Een grondig sporen- en verwantschapsonderzoek leidde tot de conclusie dat het schaap uit de linker weide moest zijn ontsnapt, waar we hem of haar terugplaatsten.

We fietsen verder en om vanuit onze alternatieve route weer op de 5 terecht te komen, moesten we behoorlijk klimmen met haarspeldbochten en al. Het stijgingspercentage was fors! Eenmaal terug op de grote weg kwamen we na enkele kilometers uit op de 8 die naar het dal liep dat we tot de kust zouden volgen. De weg liep rechtdoor en naar beneden, dus het was een ideale afdaling geweest, mits we de wind niet volop tegen hadden gehad waardoor het allemaal toch niet zo snel ging.
Wat ons langs dergelijke drukke wegen door de North York Moors opviel, was het grote aantal dode dieren dat we op en naast de weg tegenkwamen. Van kikkers en slangen tot konijnen, mollen en zelfs schapen. De daders? Laten we het zo zeggen: wij hebben op deze fietstocht geen dier doodgereden..!

Vanaf Castleton volgden we vervolgens het dal naar Whitby. In het dal liep ook een spoorlijn en een beek, dus in gedachten fietsten we hier al gelijkmatig en licht dalend richting de zee. Maar de realiteit was anders. De weg kronkelde om het dal heen, dan weer links, dan weer rechts van het spoor en de beek, en dan weer even er tussenin, maar steeds stijgend en weer dalend. Precies toen we ons begonnen te schamen voor de hoeveelheid asfalt waarover we vandaag fietsten, boog de route af om over gravel het laatste stuk naar beneden te stuiteren tot op zeeniveau.

Kort daarna reden we Whitby binnen, het Volendam van Engeland. Een gezellig stadje aan zee met een (vissers)haven en weer een Abbey die zich al van veraf laat zien. Aan de kust fietsten we de pier op om te kijken of we langs de kust om het kasteel heen konden fietsen. Maar helaas, het enige dat je onderaan de kasteelheuvel langs de kust kon doen was wadlopen. De speurtocht naar een pad langs zee bracht wel een leuke bijkomstigheid met zich mee: ik werd local legend op Strava! Met twee pogingen was ik de meest frequente berijder in de afgelopen 90 dagen van het segment de pier op en af. Dit pad was zo steil dat het amper te fietsen was en ieder ander zou z’n fiets waarschijnlijk even parkeren om vervolgens de pier op te lopen, vandaar. Maar het ging net en ik ben echt op de pedalen gebleven. Super trots natuurlijk op deze Strava-prestatie. De online felicitaties volgden al snel.

Omdat er weer tijd over was, zakten we langs de kust verder af naar het zuiden, weer over een tracé waar vroeger een spoorlijn liep. Het duurde even voordat we dit tracé hadden gevonden omdat ter hoogte van het punt waar we links de route op moesten helemaal geen weg liep. We fietsten verder en terug, op zoek naar een paadje dat we hadden gemist. Tot we ons realiseerden dat het viaduct boven ons geen spoorweg was…

De spoorweg was vervangen door een gravelpad waarvan niet echt druk gebruik werd gemaakt. Kortom: het was weer heerlijk fietsen. Na 107 kilometer vonden we bij Robin Hood’s Bay een camping met schitterend uitzicht op de baai. We aten salade met pasta en ‘s avonds liepen we in tien minuten het dorp in voor een biertje en een plan de campagne voor de volgende dag. En dat plan kreeg op het allerlaatst een verrassende wending!

Dag 4 – in één ruk door naar Hull (met een lekke band als pauze)

Als je een rondje fietst, kan je het zo makkelijk of moeilijk maken als je wilt. De vorige dag waren we Scarborough al behoorlijk genaderd, en daar zouden we ‘s middags de trein terug naar Hull nemen. Wat doe je dan? Nog een klein ommetje de heuvels in en terug? Een ontspannen laatste dagje met ruime marges om de trein en boot te halen? Dan ken je ons nog niet. Een beetje ontevreden met het ommetje dat we hadden gepland, opperde Nico eind vorige avond: als we eens helemaal terug naar Hull fietsen! Dan hebben we tenminste een doel en nog een mooie uitdaging voor de boeg. Het zou ruim 150 kilometer zijn, maar van vroeg opstaan hadden we al een gewoonte gemaakt en hoewel we de afgelopen twee dagen meer dan 100 kilometer per dag hadden gefietst, hadden we nog steeds het idee dat onze kilometerstand nog wel een optater kon gebruiken.

Zo gezegd zo gedaan. We vertrokken vroeg en reden langzaam maar zeker de heuvels uit, hoewel het bleef glooien. Wat kruisten het spoor waarover we op de heenweg per trein van Hull naar Scarborough waren gereden een aantal keer en warempel, we moesten ook twee keer wachten voor een trein. De meeste overgangen waren onbewaakt met bordjes erbij: “Stop, Look, Listen, Beware of trains” en “Cyclists dismount”.

Dag 4 leverde ook onze eerste lekke band op. Een onverklaarbaar scheurtje aan de velgkant van Nico’s achterband. We dachten die even te plakken en klaar, maar even later liep de band weer leeg, nu een stuk sneller. Kunnen we nou echt geen band meer plakken of is dat met zo’n scheurtje niet te doen? Zeg het maar. Na de band te hebben vervangen zat er een enorme hobbel in. Het lukte niet goed om die eruit te krijgen, zodat we onze toevlucht namen tot een sopje van water en afwasmiddel. Dat deed wonderen: na hard pompen plopte de buitenband op twee plekken naar buiten, waarna het rubber weer gladjes over het asfalt suisde.

Gelukkig hadden we net genoeg speling en was er nog tijd om in Hull een stevige maaltijd te verorberen bij Bert’s Pizza en Gelato. Daarna kwamen we erachter dat naast de drukke autoweg met LOOK RIGHT kreten die we op de heenweg hadden gevolgd van de haven naar het stadscentrum van Hull, een wat hoger liggend fietspad lag waarop we in alle rust richting de boot peddelden. Daar kwamen we op tijd aan.
Buiten op het dek volgden we hoe we de riviermond van de Humber uitvoeren, zeewaarts. Binnen aan een drankje was Nico in gedachten al bij de sollicitaties die hij had lopen en uitnodigingen die hij daarop had gekregen. Onze vakantie liep duidelijk ten einde.

Dag 5 – einde

De volgende ochtend werden we weer gewekt door de intercom. Extra vroeg bij het buffet aangekomen, bleek dat we daar helemaal niet voor hadden geboekt. We werden verwezen naar een ander dek, waar we van de kaart aten en werden bediend. De keuze was iets minder ruim, maar het was genoeg en viel niet tegen. En op een heenreis hadden we dus een mazzeltje gehad.

In Nederland aangekomen waren er geen verrassingen meer. De omleiding vanwege de ‘gestremde’ Calandbrug was ons bekend, we moesten nog even haasten voor de pont van Rozenburg naar Maassluis en Rob’s Bikecenter in Maasland bleek zoals verwacht de deuren te hebben gesloten. Bij mij thuis aangekomen wisselden we foto’s uit en ‘s middags zat ik alweer achter de computer te werken. Een heel ander leven liep verder waar het was gebleven. Maar verrijkt met een mooi avontuur, waar we nog lang van nagenieten.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.