Het recht van de snelste


Fileprobleem

Hoe lossen we eindelijk het fileprobleem op? Zo begint Thalia Verkade haar zoektocht in Het recht van de snelste. Gaandeweg blijkt dat vaak ingesleten perspectieven worden gehanteerd die niet naar een oplossing leiden én onze leefomgeving minder prettig maken. Zo wordt de automobilist meestal centraal gesteld, is het uitgangspunt dat deze zo snel mogelijk van A naar B moet kunnen verplaatsen en wordt meer asfalt nog steeds als oplossing gezien. Met een kleine kanteling van dat perspectief wordt daar soms nog de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer aan toegevoegd.

Twee verrassende wetmatigheden

Het recht van de snelste zet dit perspectief echter compleet op z’n kop, mede dankzij de inbreng van fietsprofessor Marco te Bömmelstroet, die niet voor niets als tweede auteur staat vermeld. Het boek presenteert twee wetmatigheden die al te gemakkelijk terzijde worden geschoven:

  1. De fundamentele filewet: voor elk procent extra asfalt komt er een procent extra verkeer bij.
  2. Dit wordt verklaard door de reistijdconstante: onze reistijd ligt vast op gemiddeld 70 tot 80 minuten per dag en de afstand die we binnen die tijd overbruggen is variabel. Sneller kunnen reizen betekent dus niet dat we korter gaan reizen, maar vérder. En zo groeit de verkeersdrukte vanzelf mee met de infrastructuur.
Voorbeelden

Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat mensen verder van hun werk gaan wonen. Zo hebben ze meer vrijheid wat betreft wonen en werken. Soms ontstaat daarbij een uitruil van verder reizen maar goedkoper wonen (bijvoorbeeld buiten de Randstad). Reiskosten worden in het algemeen per kilometer vergoed, dus alleen de kosten in tijd blijven over. Naarmate we die reistijd beter kunnen benutten door in de auto te bellen of vergaderen, zou de reistijdconstante nog weleens verder kunnen oplopen.

Nog eens concreet betekent dit dat bedrijven zich meer en meer terugtrekken naar centrale locaties, die soms alleen per auto zijn te bereiken. Dat geldt ook al voor bouwmarkten en supermarkten, die steeds vaker buiten het centrum op makkelijk te bereiken locaties zijn gevestigd. Makkelijk te bereiken dan wel met de auto als uitgangspunt, want lopen of fietsen naar zo’n industrieterrein is vaak geen pretje.

Gevolgen

Dit heeft natuurlijk voordelen, maar in het grote plaatje neemt autogebruik zo alleen maar verder toe, met achteruitgang van onze leefomgeving als gevolg. In Nederland zijn er twee keer zoveel parkeerplaatsen als auto’s; 2/3 daarvan in de openbare ruimte; 92% daarvan gratis. Waarom gaat zoveel publieke ruimte en publiek geld naar het faciliteren van autogebruik? Terwijl de omgeving zo versteent en verlelijkt, de uitstoot van schadelijke stoffen toeneemt en er dagelijks twee mensen omkomen in het verkeer.

Naar een systeemverandering

De ondertitel van het boek is Hoe ons verkeer steeds asocialer werd. Beeld je het tegenovergestelde eens in: jouw woonplaats waarin talloze parkeerplaatsen worden vervangen door groen, het autovrije centrum uitnodigt tot ontmoetingen op straat en de belangrijkste faciliteiten allemaal op loop- en fietsafstand liggen. Zou dat geen vooruitgang zijn…?

Is dat realistisch? Jazeker! We hebben een systeem gecreëerd dat het recht van de snelste als uitgangspunt heeft genomen. Maar we zitten niet vast in dat systeem. Net zoals het stapsgewijs is gecreëerd, kunnen we er ook stapsgewijs weer vanaf. En daar kan iedereen aan bijdragen. Bedenk zelf maar hoe, ik wijd er later nog weleens een blog aan.

Tegelijkertijd kan je je verder verdiepen door het boek te lezen. Of bekijk een samenvatting van de belangrijkste inzichten in dit artikel op De Correspondent.


Nieuwste berichten


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *