LF Kustroute – dag 1

← Terug naar overzicht LF Kustroute

Er staat een stevige noord-noordoostenwind en ik ben van plan in vier dagen de hele Nederlandse kust af te fietsen: eerst van huis naar de Belgische grens bij Cadzand-Bad en dan langs de kust tot de Duitse grens bij Bad Nieuweschans. Een paar dagen van tevoren stuur ik nog een nieuwsmail waarin ik twijfel of ik de route andersom zal fietsen of me naar Cadzand-Bad laat brengen, omdat 180 bepakte kilometers op een dag me ook zónder tegenwind al uitdagend genoeg lijken. Renate vraagt ook al waarom ik ‘m niet andersom fiets. Tja.. daar heb ik eigenlijk geen goede reden voor, alleen dat ik graag thuis wegfiets in plaats van eerst een trein te nemen. De avond voor vertrek, als alle spullen her en der in huis klaarliggen, komt Nico gedag zeggen. Hij vraagt zich af of m’n plan realistisch is en oppert dat de trein naar Vlissingen me al vlakbij het startpunt zou brengen. Daar had ik dus helemaal niet aan gedacht! Ik dacht: zo’n uithoek in Zeeland, daar kom je natuurlijk alleen met de auto, óf op de fiets.

Ik weet niet wat het precies is, waarschijnlijk m’n eergevoel aangevuld met een flinke dosis starheid, maar ik laat me niet van m’n plan afbrengen. Je wilde een uitdaging? zei ik tegen mezelf, dan moet je er niet nota bene nog voordat de reis begint iets aan afdoen. Dus dinsdagochtend om 8.30 uur sta ik klaar voor vertrek richting Cadzand-Bad. Op de fiets.

De eerste kilometers voel ik me een beetje zenuwachtig. Vind ik dit echt leuk? Hoe zal ik me voelen aan het eind van de dag? Waar zal ik slapen? Nu heb ik nog wind mee, hoe zal het met tegenwind gaan?

Pont over het Scheur

Een eerste obstakel is het Scheur, meer specifiek de veerdienst tussen Maassluis en Rozenburg die anderhalve week geleden failliet ging en uit de vaart is gehaald. De provincie heeft een vervangend fiets-voetveer geregeld, aangevuld met bussen. Bij aankomst aan de kade is het ticketautomaat afgeplakt en zie ik nergens een boot. Wel een andere bepakte fietser, die me in het Engels vraagt hoe hij aan de overkant komt. Samen speuren we het water af en verder naar rechts zien we een boot liggen waarop beweging is. We fietsen er naartoe en vlak voordat de loopbrug wordt opgehaald zijn we aan boord. Nadat we ons erover hebben verbaasd dat betaling niet nodig is (“ik weet ook niet hoe het werkt” antwoordt de man die ons als laatste de boot op liet lachend) knopen we een praatje aan. De Engelssprekende man heeft familie bezocht in Ierland en de UK, en is nu onderweg terug naar Duitsland. Hij ziet er nogal sportief uit en rijdt een lichte fiets met weinig bepakking. Op die manier legt hij 220 kilometer per dag af. Als ik me vervolgens hardop afvraag of mijn eigen plan haalbaar is, peilt hij mijzelf en m’n fiets even en zegt dan: natuurlijk lukt je dat.

Flakkee

Het terrein is nog bekend want de route die ik via Komoot heb gepland, komt in grote lijnen overeen met de weg die ik naar m’n schoonouders fiets. Op Flakkee haal ik een wielrenner in – een oudere man – die in m’n wiel blijft hangen. Als ik na een kilometer of wat omkijk of hij er nog is, komt hij langszij om over te nemen. Stilzwijgend wisselen we een paar keer van positie, totdat ik aangeef een andere kant op te moeten. We bedanken elkaar en vervolgen onze weg in twee richtingen.

Brouwersdam en Oosterscheldekering

Op de Brouwersdam en Oosterscheldekering gaat het echt lekker voor de wind. Genieten zou je zeggen, maar ik bedenk me dat ik deze vandaag nog een keer in omgekeerde richting zal fietsen. De zinloosheid van m’n heenreis dringt zich aan me op. Ik had me niet zo gerealiseerd dat ik een deel van de route op één dag retour moest rijden. Het leek me dat ik twee zijden van een driehoek zou fietsen, maar goed beschouwd ligt Delft al zo dicht aan de kust dat het ontwijken van de verbindingen op de kop van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden een grote omweg zou opleveren. Na een paar pogingen op Komoot heb ik toch voor de kortste route gekozen.

Terug naar start

Voor de pont van Vlissingen naar Breskens koop ik een dagretour, wat vreemd voelt met al die bepakking. Trouwens, hier had ik dus twee uur geleden uit de trein kunnen stappen om binnen 20 kilometer aan het startpunt van de Kustroute te staan. Nu is het net 13.00 uur geweest en heb ik er al 100 kilometer opzitten. Over 40 kilometer ben ik hier terug.

Aan de start van de Kustroute maak ik een foto bij de grenspaal.

Daarna keer ik snel om. Nu begint het pas echt. M’n eerste ervaring aan de start van de eigenlijke route laat zich raden: tegenwind! Er zit niets anders op dan vrienden te worden met de wind, want dit is de komende vier dagen mijn lot. Het vergaat mij eigenlijk met de wind zoals Jelle Brandt Corstius met de bergen:

Steeds minder zie ik de bergen als mijn vijand, meer als een wat wispelturige vreemde die je wat beter wilt leren kennen.

Jelle Brandt Corstius in As in tas

De wind zal toch niet altijd en overal even sterk zijn? Misschien fiets ik soms beschut of verwaait ‘ie in de omgeving tot wapperende vlagen van meerdere kanten, waar je een beetje tussendoor kunt fietsen.

Waar zal ik slapen?

De middag loopt op z’n einde en ik bepaal waar ik ongeveer kan uitkomen aan het einde van de dag. Ik wil graag wildkamperen, want dat scheelt tijd, en op de heenweg heb ik al verkennend rondgekeken bij de Brouwersdam. Als ik daar nog even zou doorfietsen, realiseer ik me nu, ben ik bij Ouddorp, waar m’n schoonouders een duinhuisje hebben. Natuurlijk heb ik geen sleutel, maar het trekt me toch om de eerste nacht op bekend terrein te slapen. Het doet met denken aan Hunted, waar voortvluchtigen regelmatig de fout in gaan door bekend terrein op te zoeken. Even voelt het als valsspelen, maar op mij wordt niet gejaagd en als ik toevallig in de buurt ben, kan ik er net zo goed gebruik van maken.

Op de Oosterscheldekering en de Brouwersdam komt de wind ongenadig recht uit tegenovergestelde richting. Het is ploeteren, maar ik heb rust. M’n slaapplaats staat vast, ik kan m’n water bijvullen vlakbij Burgh-Haamstede en de supermarkt daar is open tot 22.00 uur. Dat red ik hoe dan ook. Daarna maakt het niet meer uit hoe laat ik in Ouddorp ben.

Iets voor 22.00 uur kom ik er aan, na 213 gefietste kilometers. Aan de achterkant van het huis vind ik zoals gehoopt een stopcontact om m’n apparaten op te laden. Ik was me vlug met water uit de Sinas-fles die ik speciaal heb meegenomen om ‘s avonds voldoende water te hebben. Op het terras tegen de schuifpui zit ik uit de wind. Ik kook de pasta met rode saus die ik net heb gekocht en deel m’n updates op Strava en Instagram.

De tent staat mooi beschut. Aan de ene kant de volle maan, aan de andere kant het licht van de vuurtoren over het landschap.

Het vertrouwen groeit: natuurlijk lukt me dit.
En nog belangrijker: het is leuk.
Nee, sterker…

Het is vrijheid.

← Terug naar overzicht LF Kustroute

|


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *