Wel 3x naar boven, geen Cinglé

Dit wordt een mooi verhaal, was het eerste wat ik bedacht toen bleek dat ik niet toe zou treden tot de Club des Cinglés du Mont-Ventoux. Een verhaal van prestatie en tegenslag. Triomf en pech. Een beetje domme pech zelfs.

Vooraf

Ik nam ongeveer € 1550 mee naar Montbrun-les-Bains. Niet letterlijk natuurlijk, als oud-politieman weet ik beter. Hoewel de sportieve prestatie voor mij vaak voorop stond, had ik zonder goed doel nooit aan een dergelijke klim op ruim 1100 kilometer van huis begonnen. Eenmaal bij elkaar met Sport for Others begint dat doel weer meer te leven. Kinderen in Haïti die worden uitgebuit, geen liefde krijgen en alleen maar hopen dat ze vandaag niet worden geslagen. Lekker begin van een fietsverslag zul je zeggen, maar het is de harde realiteit. Toch levert het ook extra motivatie op voor de beklimming van drie kanten die ik als doel heb gesteld. Want er zit nog € 450 in de pijplijn als ik dat haal.

De dag van tevoren wil ik de benen even losmaken. Ik probeer het ontspannen rondje dat ik vorig jaar reed te vinden en zie na een paar kilometer dat ik in de tegenovergestelde richting fiets. De col de Macuègne (1068m) dient zich aan, en daarna de col de l’ Homme Mort (1213m). Ik daal af richting Sault, tevreden dat ik vast aan het klimmen heb geproefd. Daar vind ik het rondje van vorig jaar terug. Het blijkt de Gorges de la Nesque te zijn geweest, die rond een diepe kloof slingert. De route is zo mooi als ik me herinner, alleen ik neem ‘m dit keer iets te ruim waardoor ik pas na 128 kilometer weer terug bij ons appartement ben. Is dit teveel inspanning, een dag voordat ik drie keer de Kale Berg op moet? Heb ik het nu al, nog voordat het begonnen is, verpest? De dag eindigt met twee overvolle borden macaroni. De laatste happen moet ik naar binnen proppen. Misschien dat ik de verloren energie hiermee terugwin.

Maanden terug heb ik me al ingeschreven voor de Club des Cinglés du Mont-Ventoux. Ik heb een kaartje voor aan m’n fiets en een stempelkaart meegekregen. Als proeve voor het lidmaatschap moet ik de Mont-Ventoux van alledrie de drie kanten beklimmen – vanaf Sault, Bédoin en Malaucène – en in elke startplaats een stempel halen, plus één stempel op de top.

Er zijn nog wat anderen die drie keer willen klimmen. Op Strava zijn de plannen al ver van tevoren gedeeld, maar er is geen gezamenlijk plan uit gekomen. Een groep begint ’s ochtends vroeg in Malaucène en een andere groep begint met de sponsorklim vanuit Sault om daarna nog twee keer omhoog te gaan. Ik ben van plan om 6.00 uur in Bédoin te starten, daarna de sponsorklim vanuit Sault te doen en te eindigen met de beklimming vanaf Malaucène. Bédoin als eerst, want het is de moeilijkste klim en ik zit niet te wachten op flashbacks naar vorig jaar als ik daar rijd. De dag voorafgaand aan de klim kom ik Albert-Jan tegen, die precies hetzelfde plan heeft. Hij besluit met ons mee te rijden naar Bédoin. Best gezellig om samen te starten, dacht ik. Daarna zullen we al snel elk ons eigen tempo rijden en elkaar uit het oog verliezen. Dacht ik.

Vanaf Bédoin – het gaat prima

De wekker staat om 4.30 uur. Het ontbijt gaat mee de auto in, net als warme fietskleding, energierepen en extra water. M’n vrouw Renate rijdt. We halen Albert-Jan op en arriveren om 6 uur in Bédoin. De bakker die we uitzochten voor m’n eerste stempel oogt al open, maar heeft stoelen voor de deur gezet en bromt zodra hij me ziet dat hij nog dicht is. Gelukkig zit even verderop een vriendelijke bakker, die me met een glimlach aan een stempel helpt. Om 6.15 uur fietsen we weg, het dorp uit en de donkere helling van de Mont-Ventoux op. Het gaat ontspannen en we fietsen naast elkaar. Renate neemt haar rol als ploegleider in de volgauto serieus. Na een poosje haalt ze ons in en even verderop staat ze ons op te wachten. Of het goed gaat en of we nog iets nodig hebben. Het gaat prima.

Ik had me fluitende vogeltjes en een ontluikende dageraad voorgesteld, maar in het bos halverwege de klim is het nog donker en stil. Het is minder steil begonnen dan ik me herinner, alleen in het bos begin ik toch wat te voelen. De rit van gisteren die nog in de benen zit? Het is onmogelijk om de kilometerpaaltjes te negeren, maar dit spelletje heeft gelukkig niets weg van de strijd van vorig jaar. Bij Chalet Reynard zwakt de helling af. Vrolijk rijden we zij-aan-zij verder naar boven. Ik zie dat ik op dezelfde tijd als vorig jaar afsteven. Achteraf blijk ik met 1:42 op het Strava-segment vanaf Bédoin toch bijna 9 minuten te hebben gewonnen. Het is prachtig boven. De foto is snel genomen, Renate reikt ons de jasjes aan en we gaan snel richting Sault om de groepsstart van de sponsortocht te halen. We racen heerlijk en in alle rust naar beneden.


Vanaf Sault – het vóelt anders

In Sault aangekomen moeten we nog haast maken. Bidons bijvullen met water en sportdrank, wat bijeten, een stempel halen, jasje uit, toch weer aan en vlak voor de start weer uit. Ik start achteraan en rijd langzaam naar voren. Albert-Jan is naast een vriend begonnen en rijdt het gat even later dicht. Lekker om weer samen te klimmen, met hetzelfde doel. Er sluit een andere jongen bij ons aan, Wilmar. Hij wil ook proberen drie keer boven te komen; dit is zijn eerste. Tot Chalet Reynard is er niets aan de hand. Daarna komt de weg samen met die vanaf Bédoin. We herkennen de kale hellingen, de bochten, maar het vóelt anders. Wilmar begint harder te trappen. Ik roep dat ik het even wat rustiger aan doe. Het komt Albert-Jan -naar eigen zeggen- ook goed uit. Boven worden we door de speaker onthaald als “Aartjan of Albert-Jan, of nee allebei…!” Het is er koud. We krijgen een medaille om, Renate is er met de jasjes en zorgzame vrijwilligers duwen ons in een busje om uit de wind bij te komen. Ik zit een poos als een dood vogeltje in een kooitje voor me uit te staren en het is Albert-Jan die het eerst aanstalten maakt om verder te gaan. Wilmar gaat mee. In het winkeltje op de top krijg ik routineus een stempel op m’n kaart gedrukt.


Vanaf Malaucène – hoeveel rondjes voordat we boven zijn?

De afdaling naar Malaucène is lang en steil. We kijken elkaar bezorgd aan: moeten we dit allemaal weer omhoog fietsen?! Beneden haal ik m’n stempel in een sportzaak. Renate komt aan met voorraad en gezelligheid. We willen snel weer naar boven fietsen, het achter de rug hebben. Maar zij dringt aan om echt even goed te eten en op kracht te komen. Dat is niet alleen heel lief, maar ook precies de zorg die ik nodig heb. Er is chips en ik eet een halve bak macaroni op die gisteren over was. Het geduld van Wilmar wordt danig op de proef gesteld. Hij is nog jong, heeft energie zat en wil nog twee keer naar boven. Om 12 uur stappen we op. De laatste klim. Als ik vooruitdacht, was het altijd aan deze klim. Hoeveel zin zou ik nog hebben? Heb ik nog energie genoeg? Zit er nog voldoende kracht in m’n benen? Ik heb goede hoop: de top is nog ver maar we hebben de rest van de dag om er te komen. M’n stempelkaart is al vol en ik ga m’n doel sowieso halen.

Het begin van de klim is makkelijker dan de afdaling deed denken. Maar nog ruim voor we halverwege zijn, ben ik op de kilometerpaaltjes aan het letten. Veertien kilometer. Hoelang duurt zo’n kilometer nou? Ik heb al een paar keer gedacht in de verte iets geels te zien voordat het volgende paaltje eindelijk opduikt. Het wordt steiler. En het grootste deel ligt nog voor ons. Een aantal kilometers lang is het stijgingspercentage gemiddeld 12%. De gedachte dringt zich op dat ik niet eens even kan stoppen met trappen zonder direct stil te staan. Maar ik denk niet aan afstappen. Gewoon blijven doortrappen. Rond… en rond… en rond… en zo verder. Hoeveel rondjes voordat we boven zijn? Ik heb het profiel van deze klim niet helder voor ogen en vrees dat het zo steil zal blijven. Wilmar fietst steeds verder voor ons. Renate is er regelmatig om te vragen of we nog extra eten of drinken nodig hebben. Maar daar ben ik niet mee bezig. Ik word er zelfs een beetje chagrijnig van dat ik steeds de moeite moet doen om ‘nee’ te antwoorden. Net als ik hoop dat ze gewoon doorrijdt naar de top en mij hier in stilte laat lijden, begint de steilte af te nemen. M’n humeur verbetert op slag, ik kijk weer om me heen en begin te geloven dat we misschien het moeilijkste deel achter ons hebben. Tot Renate er weer staat en zegt dat we straks om de hoek de top kunnen zien: “Het lijkt steil, maar dat valt wel mee. Jullie kunnen het!” Als we om de hoek komen, ebt ons enthousiasme over de top gelijk weer weg. Het is een schitterend gezicht, we zien bijna de hele weg zigzaggend lopen, tot vlakbij de top die in mist is gehuld. Maar wat ziet het er steil uit! Wegen de laatste loodjes toch nog het zwaarst?


Een lekke band met het einddoel in zicht

Hoe steil het ook lijkt, m’n benen zeggen gek genoeg iets anders: dat het wel te doen is. Volgens mij hebben we flink wind mee en die top komt snel dichterbij. Tot ik plotseling m’n achterwiel voel stuiteren en m’n band in no-time hoor leeglopen. Nee! Op twee kilometer voor de top een lekke band. Het is koud geworden en het waait hard. Ik bel Renate, die terugkeert en even later met een fietspomp en onze jacks naast ons staat. Met niet al teveel moeite ligt er een nieuwe binnenband om. Terwijl Renate alweer aan het pompen is, controleer ik de buitenband. Ja hoor, er zit een flinke scheur in de wang en met 3 bar ik zie de binnenband er al uit komen. “Stop maar met pompen, hier moet ik mee boven kunnen komen.” Dan gaat het snel. We fietsen door en komen in een dikke mist terecht. De meeste fietsers lopen, maar ons lukt het om de laatste meters tegen de wind in, met maar een paar meter zicht, staand op de pedalen boven te komen. We hebben het gehaald! De top heeft een totale metamorfose ondergaan. In de regen is de organisatie van Sport for Others met rode hoofden van de kou de finish aan het opruimen. Er wordt geadviseerd niet meer af te dalen in deze omstandigheden. Ik twijfel en kijk Albert-Jan aan. Om af te kunnen dalen, zou ik eerst m’n buitenband moeten vervangen, om daarna verkleumd, slingerend in de wind met misschien vijf meter zicht de afdaling naar Sault te beginnen, die we eerder op de dag ook al hebben gedaan. Het is te aantrekkelijk om in de auto te gaan zitten. Ik heb m’n doel gehaald, dus waarom zou ik verder gaan.

In de auto duurt het lang voordat ik een beetje ben opgewarmd.


De volgende dag – een onverwacht scenario

De volgende dag bekijk ik m’n stempelkaart en zie ik dat er na de derde aankomst op de top nog naar een aankomsttijd beneden wordt gevraagd. Tsja, die kan ik nu niet geven. Als ik me in de regels verdiep, zie ik al snel dat de tocht in hetzelfde dorp moet eindigen als waaruit is gestart. Oeps! Ik had zelfs nog naar Bédoin moeten afdalen. Dat was ik al helemaal niet van plan geweest. We hadden willen afdalen naar Sault, want dat ligt het dichtst bij onze appartementen in Montbrun-les-Bains. En die afdaling ging niet door vanwege het weer en m’n kapotte buitenband.

Al snel besloot ik hier niet van te balen. Het halen van een persoonlijk doel is belangrijker dan het krijgen van een erkenning. Toch is dit een onverwacht scenario. Het was gelukt om de Mont-Ventoux drie keer te beklimmen, van alledrie de kanten. En ik was misschien wel gek, maar daarmee nog geen Cinglé.

Dit jaar is bijna € 300.000 sponsorgeld ingezameld om kindslaven in Haïti een toekomst te geven. Volgend jaar gaat Sport for Others voor het laatst naar de Mont-Ventoux…

Comments

  1. Avatar for Aartjan Collée Jan Pieter van Woerden : 1 oktober 2019 at 10:41 pm

    Prachtig verhaal en schitterende prestatie!!! Petje af!

  2. Avatar for Aartjan Collée Gert-Jan van der Valk : 5 oktober 2019 at 6:31 pm

    Mooi opgetekend Aart-Jan!! Complimenten…. was een mooie dag! … en wie weet komt er nog een keer… voor die laatste afdaling😃👍

  3. Geweldig Aartjan. Proficiat.

  4. Mooi om te lezen, fantastische prestatie! Als je volgend jaar weer drie keer gaat, wil ik met je mee. Dit jaar was ik daar niet op voorbereid en was twee keer de max.

  5. Avatar for Aartjan Collée Sjoukje From-Bijlsma : 7 oktober 2019 at 9:52 am

    Respect voor deze prestatie Aartjan en Albert-Jan! We hebben jullie op de voet gevolgd en waren blij om te horen dat Albert-Jan een fietsmaatje had op alle 3 de routes. En support door de volgauto 👍🏻.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *