Weer op de fiets naar het werk!

Hoe ik (opnieuw) begon.

Fietsen naar je werk is ideaal. In ieder geval theoretisch gezien. Het is goed voor je gezondheid en conditie, het milieu, dé oplossing voor het fileprobleem, het geeft ruimte in je hoofd en fietsen maakt de wereld gewoon een beetje mooier. Maar soms kan het er – door allerlei meer en minder goede redenen – even niet van komen. Zo verging het mij.

Keerpunt: op 22 september ga ik de Mont Ventoux beklimmen. Op de fiets. Als je de Mont Ventoux op wilt, moet je trainen. Je krijgt ’m niet cadeau, hoor ik tenminste vaak zeggen. Eind juni had ik nog drie maanden te gaan. Daarvoor had ik het te druk gehad om te fietsen. Of eigenlijk had ik mezelf dat wijs gemaakt. Te druk om te fietsen… Moet je niet juist als je druk bent gaan fietsen?! Dat had ik een paar maanden lang weggeredeneerd tot het er echt van moest komen. Was het niet om fysiek op kracht te komen, dan toch om mentaal sterk aan de start te staan.

Simpelweg fietsen. Kilometers maken.

Het eerste rondje op de racefiets viel niet mee. Hoe ik ook m’n best deed, de teller bleef gemiddeld genomen onder de 30 km/h steken. “Als je gemiddelde de Mont Ventoux op net onder de 30 km/h ligt is het ook prima hoor”, reageerde een goede vriend. Klopt. Alleen voor het zelfvertrouwen is het wel lekker als je iets lijkt te kunnen. Dan is die 30 zeker geen hoge lat.

Toen bedacht ik om ter compensatie zo vaak mogelijk te gaan fietsen. In het boek De kale berg licht denigrerend weggezet als het polderjongensmodel. Niks geen trainingsschema’s, hartslagmetingen en omslagpunt. Simpelweg fietsen. Kilometers maken.

Bijvoorbeeld naar m’n werk. Nu woon ik dichtbij Delft en werk in Rotterdam. Fietsafstand: 17 kilometer. Tussen Delft en Rotterdam ligt het schitterende Midden-Delfland met prachtige weilanden, jonge natuur, slingerende fietspaden en rustige wegen. Daar doorheen lopen twee kaarsrechte lijnen, die deels gevolgd en halverwege gekruist moeten worden: de Delftse Schie en het dubbelspoor tussen de stations Delft Zuid (binnenkort Delft Campus) en Schiedam Centrum. Kortom: onvervalst fietsgenot.

Dat wil zeggen: als je op een goede fiets rijdt.
(Opgepast: bevat technische details)

In 2013 heb ik een Jan Janssen Zero CO2 gekocht met ketting en Shimano Alfine versnellingsnaaf. Die had ik wat verwaarloosd. Niet voor niets trouwens, want na wat kinderziektes (naaf, stuur, bagagedrager en achterlicht zijn al vervangen) bleef nog steeds een tikkende ‘halve’ kettingschakel (of verloopschakel) over en een aanlopende of rammelende ketting vanwege de krappe kettingkast. Die verloopschakel leek me een onhandigheid in het ontwerp, want wie tekent de afstand tussen voor- en achtertandwiel (in maat H64) nu zo dat je een ketting met oneven aantal schakels nodig hebt! En dat ondanks de verstelmogelijkheid van het achterwiel. Ik hoor het je beamen: van de zotte.

Omdat de ketting intussen toch aan vernieuwing toe was, heb ik geprobeerd een even aantal schakels om de tandwielen te krijgen. En jawel(!), dat lukte tot mijn eigen verbazing nadat ik het achterwiel zover mogelijk naar voren had gezet. De dichte kettingkast heb ik gelijk vervangen door een kettingscherm: sowieso een aanrader volgens de Fietsersbond. Verder de remblokjes vernieuwd net als de tikkende en versleten trappers. De olie in de naaf had ik kort geleden al ververst. Last but not least heeft fietsenmaker Rob het zadel een stuk hoger gezet. Veel beter!

Hoe het me bevalt.

Intussen fiets ik alweer een tijdje heen-en-weer naar m’n werk. En het is leuk! Over wat het dan zo leuk maakt, schrijf ik later wat.

Reacties, commentaar, feedback? Start het gesprek hieronder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *